home 

Reisverslag van 7 november tot en met 15 november 2006
(deel 5)


Ter info: wisselkoers: voor het gemak vermenigvuldigen wij met 0.6. Dus 1 Australische dollar rekenen wij als 60 Eurocent. Als bijvoorbeeld schoenen 15 dollar kosten, is dat maar 9 Euro, per twee schoenen. Ik had een zwart paar en een lila, hihi.


Dinsdag 7 november 2006

Het regent nog een beetje en de galahs (kaketoes: grijze met roze buik) zitten in de bomen rond de camping te dutten. We vervolgen de weg nummer 1 Princess Highway richting Bega. Dit gebied staat bekend om de kaasproductie. Naast het merk Coon zie je veel Bega in de schappen. Zeker de moeite waard onderweg om te kijken, lunchen of verblijven zijn Narooma en Merimbula. In deze laatste plaats lunchen we in de tot aquarium en restaurant omgebouwde werf. Niet de tip van de week. De plaats zelf wel dus. In een bijlage van de Herald zien we prijzen van nieuwe auto's hier: we zullen het misschien niet goed berekenen, hoewel alle kosten erbij staan, maar het lijkt erop dat de prijzen zo'n 30% lager liggen dan in Nederland! Dat moet ook haast wel, want we zien dus veel vrij nieuwe en vooral grote 'dikke' auto's rondstuiven hier.
Nog een tip voor de beginnende Australiëganger: ga tijdig tanken. In het ene dorp zitten 3 benzinepompen met allemaal diesel en dan 180 km niets of de diesel is uitverkocht. De landschappen zijn weer mooi: glooiend, groene weilanden, koeien, kangoeroes en kreekjes of bossen. Door ons bekende oorzaak komen we uit in Marracoota. Weer een mooie vissersplaats met pelikanen, andere veugels en ook zwarte zwanen. Niet van de olie, maar gewoon zoals ze van nature zijn. Dit is het meest zuidoostelijke dorp van Australië. De meest ZO-punt is verderop, maar dat ligt in een groot National Park en heeft alleen een vuurtoren. Ze adverteren er niet eens mee, het is dat ik het zelf zie. Wazig. Met af en toe wat zon en iets vaker opklaringen tuffen we door naar Orbost en hopen vandaag nog aan te komen in Lakes Entrance.
Aldus geschiedde en van de minstens 5 caravan parken staan wij bij Silver Sands, vlakbij de esplanade, winkels en de footbridge. Er lig namelijk een dun strookje duinen achter het water en er is een voetbrug naartoe. Daarachter ligt een prachtige oceaan. Groot en breed strand, prachtige golven, mooie duinen met wandelroutes en omkleedruimtes en toiletten. Zonder dat we de uitzichtspunten die we dadelijk gaan zien, hebben gezien, hebben we al bedacht hier eens langer terug te komen. We krijgen van de eigenaar complete routeuitleg voor onze reisplannen. Hij heeft zijn trouwring in Eindhoven gekocht, dat schept een band. Ook heb je op deze camping gratis toegang tot het zwembad met sauna, fitness in het dorp. Bovendien krijg je kortingsbonnen (ja, het houdt maar niet op met mij) voor de bistro in de Bowls Club. Had ik al verteld over Bowlen en Golf hier? Er zullen vast heel aparte, mooie golfbanen elders op de wereld zijn, maar wij, als niet golfers, hebben al tientallen banen zien liggen op prachtige locaties. Zelfs midden in Sydney liggen er 3 of 4. Elk dorp met meer dan 1000 inwoners, ik zeg maar wat, heeft al snel een golfbaan en een Bowls Club. Dit is niet het kegelen of bowlen zoals wij dat kennen, maar hier staan de (toch wel oudere) dames in het wit op zorgvuldig aangelegde grasmatten te spelen. Met een kegelbal en kleinere ballen is het een soort Jeu de Boule. Zo'n club heeft een clubhuis. Dat is dan echter een fiks zalencentrum met bistro, bar, dansvloer, casino/gokkasten, tv-ruimte. In zo'n club hier in Lakes gaan wij dus eten. We melden ons aan en worden op de wachtlijst gezet. Onze naam zal worden omgeroepen als de tafel klaar is. Wij kijken even bij het internetcafe, de gokkasten en tv ruimte. Hier zijn nog beelden van de Melbourne Cup Day te zien. De wereldberoemde paardenraces die vandaag zijn hoogtepunt heeft met de belangrijkste races. Al in Cairns zagen we restaurant waar je Melbourne Cup lunch kon reserveren want de hele natie staat op z'n kop, ongeveer. De festiviteiten eromheen duren van begin oktober tot half november! En heten Melbourne Spring Carnavale. Afgelopen weekend tot en met vandaag zijn de chique dagen zeg maar, waar de jetset in nieuwste couture en hoeden rondloopt. Hier zitten de mensen in korte broek en op sandalen aan tafel, dus wij hoeven ons niet om te kleden. Het gokken eromheen is natuurlijk ook big business. Dan over de intercom: "Hens, joor teebul is reddie." A, wij kunnen aan tafel. De bruchetta is heerlijk, mijn kip curry met groenten heerlijk, de saladebar heel goed en Hans zijn mixed grill is goed. Het hele dorp eet hier, het is af en aan, hier wordt echt gewerkt in de keuken. Ik probeer voor het eerst (jaja) een Bundaberg rum met cola. Het smaakt en valt goed, maar het kan natuurlijk aan de cola liggen dat het erg zoet is. Misschien toch maar een fles meenemen om naast Havana Club te proberen. Dan gooien we nog een paar dollar in de gokkasten, alle mensen naast ons winnen, behalve wij. Ach ja, we zijn gelukkig in de liefde, veel belangrijker. In de kou terug naar de mowo en met sokjes aan slapen.

Woensdag 8 november 2006

Als we opstaan is het prachtig strakblauw. Helaas staat er wel een koude bries. Voor onze camper die onder twee palmbomen staat (geen plastic) zien we de campkitchen zoals dat hier in de boekjes heet. Een complete keuken, maar dan onder een afdak en luifel met barbecue, gootsteen, magnetron, pannetjes etcetera. Er is weer een zwembadjes bij, een speeltuintje, een tafeltennistafel en zoals gezegd, netjes en strak geregeld hier. En dat alles, daar was ze weer, voor 23 dollar zeg 14 Euri. De hele nacht heb je dus ook stroom en water en als we een tv meehadden: tv antenne, schone toiletten en warme douches en gebruik van alle genoemde faciliteiten. Hans heeft die ervaring met camping in Nederland niet. Douchen kost extra geld en prijzen liggen veel hoger van de staanplaats alleen al in Nederland. Verder valt hier een groot vertrouwen op. We zien nergens graffiti of zaken die kapot zijn gemaakt, geen vandalisme en geen hekken of zelfs afscheiding om de terreinen heen. Je loopt er zo op en af.
Anyway (Annie weg), we gaan verder en parkeren de mowo 50 meter verderop want we willen die Ninety Mile Beach nog wel even zien natuurlijk. Door straffe wind de wandelbrug over en ook hier dobberen de vrij unieke zwarte zwanen weer rond. Ik heb een stukje video maar die zet ik niet op de website, dus je zult toch zelf moeten komen kijken of het volgend verslag afwachten als we hier weer zijn en wat langer blijven. De duinen, wandelpaden, uitzichten, golven en strand zijn schitterend. Als we de dorpjes met stranden, in onze beleving, sterren zouden geven dan kreeg Mission Beach 2 sterren en Lakes Entrance 4 of 4,5 van de 5.
Op het nieuws en van de mensen horen we bijna niets anders dan de grote droogte die hier heerst. Dan hebben we het over de rest van Australië en zeker niet de gebieden waar wij zijn, want wij hebben vrij veel regen. Maar nu rijden we, inmiddels in de staat Victoria, door gebieden waar alle weilanden er inderdaad triest geel uitzien. Verder veel stompen en afgebroken uitgedroogde bomen. Geen vee, geen graan, geel gras. We zien een paar emoes onder een boom staan. We nemen een pauze in Milbroo. Hoeveel keer ben ik nu in Oz geweest? En leer ik het ooit? Schijnbaar niet. Ik ga er nog steeds vanuit dat als je ergens iets kunt drinken en eten, er ook toiletvoorzieningen zijn. Is het niet in de gelegenheid zelf, dan wel bij de buren of een kantoorcomplex ernaast. Nou is dit een dorpje, maar bij de bakker wel heerlijk gebak en cappuccino, maar voor toiletten verwijst de koekebakster ons naar de lokale pub of het publieke parkje. Het laatste is inderdaad weer gelukt, dus maak je geen zorgen dat je met een rol papier de berm in moet hier.
Dan is het, door prachtig glooiende landschappen waarvan een paar delen groen maar het merendeel geel, naar Phillip Island. Dit is een eiland ten zuiden van Melbourne, verbonden met een lange brug aan het land. Ten zuiden hiervan is nog ergens Tasmanië en dan de zuidpool. Vandaar dat hier pinguins, de kleinste soort, aan land komen. En op de uiterste punt liggen twee grote rotsen waar de grootste kolonie zeehonden zit.Wij gaan naar Cowes op de noorpunt. Het is een aardig dorp maar de drie campings die in het centrum liggen, zien er niet goed uit en lijken meer op woonwagenkampen. Gelukkig is er geen plaats en gaan we toch maar iets buiten het dorp naar een camping uit een van onze boekjes. Dit is een ruim opgezet, prettig, aan het water liggend park genaamd Cowes. We krijgen een plaatsje bij het raam zeg maar, maar mogen ook kiezen uit andere vrije plaatsen als we willen.We gaan even het dorp in en vinden voor Hans een VB motorshirt. Hier ligt namelijk ook de bekende Grand Prix racetrack (racebaan) van Phillip Island, hoewel dat dan Melbourne wordt genoemd waarschijnlijk. We laten enkele foto's afdrukken om als kaart te versturen en ze zien er goed uit. Dan gaan we naar Seal Rock en zien geen enkele seal. Een sealige vertoning ja. Het zal wel te koud en guur zijn om te komen zonnen, want warm is het nog steeds niet. Het is echter voorjaar en er zit een megakolonie meeuwen. We zien alle stadia van de meeuw, van grijzig wolletje tot lichtbruin jong naar witte meeuw en er wordt wat afgekakeld, gevoederd, gevoeterd en oefenvluchten gedaan. De moeders moeten hun jong dat rond de 5 weken oud is schat ik, als ze 'rijp' zijn, goed verdedigen anders zijn ze voer voor andere meeuwen. Er liggen her en der wat dode diertjes. Er ligt ook een dode moeder en haar wel levende jong ligt tegen haar buik. We hopen maar dat hij het gaat redden. Meeuwen vormen geen paartjes, dus de kans is klein. Er zit ook een holletje bij waar een pinguin inligt. Dan gaan we kijken bij de Penguin Parade. We zien al op foto's in de gidsen die we hier meekregen, dat het een vreselijke vertoning is. Er zijn tribunes gebouwd en, helemaal fout als je het mij vraagt, schijnwerpers rond de plek waar de mini's aan land komen. Dat ze entree zullen vragen, staat vast. Dat ze iets goeds met het geld gaan doen voor de pingiuns, dat zal zeker. Het beste lijkt mij alles afbreken, hek erom en niemand toelaten en de beesten met rust te laten. Maar ik heb er geen verstand van. Als we echter in het hypermoderne visitor centre navragen, blijkt dat je ook nog geen foto's mag maken. Dan zijn we helemaal om en gaan er niet heen. Ja ja, ik weet het, als we wel foto's hadden mogen maken, waren we wel gegaan waarschijnlijk, maar ja, helemaal heilig zijn we ook weer niet. Enkele dagen later spreken we Johnny nog even en die kan het toch wel adviseren heen te gaan. Het schijnt allemaal toch minder 'erg' te zijn dan het overkomt. En zoals Johnny al zei: weer een goede reden om nog eens terug te komen. Wij rijden een stukje terug een andere baai in en lopen even langs het strand. Dit is een kust waar vele wrakken van schepen liggen en vanaf hier kun je er naartoe wandelen, maar wij doen het niet. Het wordt bijna donker en we maken nog wat foto's van het strand met rotsjes, koraaltjes. Geen twee stranden hetzelfde.
Bij de camper, die naast een weiland staat, staan zo'n 20 jonge stieren verbaasd en onderzoekend bij het hek naar ons te kijken. Mooie kleuren van oranjebruin naar zwart en met verschillende gezichtsuitdrukkingen. Foto's zeggen weer meer dan woorden in dit geval, dus zie het fotoalbum. Thuis gaan we weer aan de slag met de foto's met een muziekje erbij..

Donderdag 9 november 2006

Eerst even langs de bakker op de hoek in het dorp en die heeft echt heerlijke en verse broodjes. Aanrader, 5 sterren. Op Phillip Island zelf is een koalapark. Het is lente en er staat aangekondigd dat er jonkies zijn. Die heten hier joeys, zowel een jong kangoeroetje als een koala heet een joey. In een groot eucalyptusbos is een stuk afgezet met lage omheining (waar wallabies nog wel overheen springen) en op dat gebied leven zo'n 20 volwassen koala's met zo'n 8 joeys. Als je door het hele park zou lopen zonder stoppen, ben je een uurtje bezig. De korte versie: we zien alle formaten koala's van dichtbij en een aantal in het 'losse' gedeelte zouden we zo aan kunnen raken omdat ze in een boomvork hangen op 1,5 meter hoogte. Maar dat mag niet en dat is een goede zaak. Er scharrelen ook wallabietjes rond. Toevallig vandaag wordt de nieuwe grote stoffen koala neergezet waarmee kinderen van alle leeftijden op de foto kunnen. De oude is helemaal kapotgeknuffeld. De korte versie (nu pas?): wij vinden het geweldig. Buiten het park zitten langstaartwipmusjes. Een parmantig musje met enorme staart wipt met die staart en rent als een gestresste muis met ADHD rond. Of meer als een basketballer: twee sprongetjes naar links, een halve naar rechts. Ze hebben prachtig blauw gekleurde staartjes. Het is weer beschamend hoe weinig ik weet van flora en fauna. Ik weet net het verschil tussen een eik en een wilg, een mus en een valk, is het nou een hagedis of salamanderachtige, en deze bloem is toch weer anders dan die ene. Kon je maar a la Matrix een bestandje met kennis downloaden. Er is zoveel te leren en ontdekken op allerlei gebied. Soms is de wereld heel klein. Voorbeeld: overal waar je ooit naartoe zult gaan, is wel een Nederlander of is er al geweest. Maar heel vaak blijken er werelden achter een onderwerp te zitten. Was ik al blij dat ik een kangoeroe van een wallaby en een quokka (Rottnest Island, met Marleen 1993) kon onderscheiden, blijkt dat er nog tientallen andere roe-achtigen te zijn tot een springende muis aan toe zeg maar. En wat dacht je van eten: de ene rijst is de andere niet. Hoeveel soorten en smaken en bereidingswijzes zijn er wel niet? Meer wel dan niet? So much to learn, so little time.
Allez (hop), we gaan weer verder. Phillip Island af via een lange brug en eerst maar even tanken in San Remo. Hans wordt aangesproken door een aardige dame die hem uitnodigt voor een gratis pitstop. Niet voor de auto, maar voor hemzelf. Dat gaan we doen. Ook in Australie gaan mannen te weinig of te laat naar de dokter, is hun gebleken. Daarom hebben ze deze pitstop bedacht. Helemaal omgezet naar auto's en onderhoud. In 10 minuten krijg je een APK. Zijn bloeddruk wordt gemeten (oliedruk), gepraat over roken (uitlaat), sporten, prostaatklachten en meer. Zeer leerzaam en je krijgt een aantal folders mee met nadere info en tips om zelfonderzoek te doen of symptomen te herkennen. Hans blijkt een uitstekende bloeddruk te hebben, zo fit als een dolfijn, niet depressief en wordt APK goedgekeurd. Ondertussen heb ik de ruiten van dun otto, de mowo, gewassen en kunnen we de paden weer op.
Om een flink stuk rijden te besparen en omdat we er niets aan hebben als een dolle door Melbourne te rijden en er dan nog niets van zien, besluiten we "onderlangs" te gaan en de veerboot te pakken. De weg naar Sorento toe is mooi, althans de uitzichten. Prachtige stranden, blauwgroene zee en dus niet ver van Melbourne. We zijn precies op tijd voor de veerboot die met zo'n 3 km per uur naar de overkant kabbelt. Als dit een beleid is om de natuur zo min mogelijk te verstoren met lawaai van motoren, prima. In een half uurtje ben je aan de overkant en belanden we in Queenscliff. Het aanzicht is veel minder mooi dan waar we vandaan kwamen. Het is wel een historisch stadje, maar we laten het nu voor wat het is, want we gaan weer verder. Vandaag willen we zo dicht mogelijk bij de Great Ocean Road uitkomen. We zijn vaak gewaarschuwd dat dit stuk snelweg langs de kust van zo'n 100 km, je minstens een dag van 10 uur kost om het minimale te bekijken. Het waarom lees je later.
Als je onderweg een caravanpark uitzoekt, is het altijd goed eerst te checken hoe het ligt. De tekeningetjes in de boekjes zijn altijd uit verhouding. Als je iets uitkiest omdat je denkt dat het vlak achter de winkeltjes en restaurantjes ligt, kan dat in de praktijk toch ver buiten loopafstand blijken te zijn. Uiteindelijk blijven we in Anglesea, een klein dorpje met vuurtoren. Het parkje is klein, goed verzorgd en heeft uiterst vriendelijke en behulpzame gastvrouw en -heer. De camera mee en richting water maar weer. Je kunt een mooie duinwandeling maken naar de vuurtoren toe. We komen aan het waterparkje niet eens toe. Onderweg ook enkele witte kaketoe's met die gele waaierkuiven. We belanden bij de bistro waar we prima eten. Net voor we binnengaan, lopen we tegen een Anglesea-man aan die ons als tip geeft, langs de Great Ocean Road, een bepaalde afslag met wandeling te doen. Het is niet persoonlijk, we horen het meer, de meeste mensen die je ontmoet willen het je graag naar de zin maken en geven de beste info. We rollen de bistro uit en zien na 8 meter aan de overkant een Griek zitten! Tjongejonge, ook hier nog maar een keer terug dan. Is er iemand die alle Griekse restaurants in Oz onderzocht wil hebben? Dat willen wij wel doen dan, eventueel.....

Vrijdag 10 november 2006

The Great Ocean Road! In menig top 5 van toeristen en op verlanglijstjes van velen, gaan wij die vandaag dan toch eindelijk 'doen'. Een tip die wij al van anderen en voor deze reis gelukkig, meegenomen hadden in de planning, is om deze weg van oost naar west af te gaan. De meeste afslagen naar uitzichtspunten zitten aan de oceaankant van de weg, dus dan is het met het links rijden in Australie, het beste van 'rechts naar links' te rijden, Melbourne richting Adelaide zeg maar.
We staan zo vroeg mogelijk op en ontbijten wel onderweg. Alleen al over deze dag kun je hele boeken schrijven. Er is zoveel te zien, wandelen, doen, leren. Hier de korte versie weer, de foto's geven ook een idee.
Het waarom, door wie en hoe deze weg gebouwd is, is op film vastgelegd en kun je hier lezen op borden, monumenten en poorten. Wat wij zeker aanraden is naar de Erskine Waterfalls (watervallen) te gaan. Watervallen zijn meestal mooi, vooral als er wat water stroomt trouwens, en deze 'doet het goed'. Nog mooier vinden we de beek die bergafwaarts gaat met grote en kleine keien erin. Er is een wandelroute langs en door dit water (mits het onder een bepaalde hoogte blijft, wordt aangegeven) die ons enorm trekt. Maar ja, deze keer niet. De weg kronkelt door bossen, bergen op en af, langs en iets uit de kust, werkelijk prachtige route. In een Alpenachtige vallei met groene weides maken we een lunchstop bij uitspanning The Bend (staat groot op het dak). Een aanrader voor wat eten en drinken en vooral de ligging, het uitzicht en de tuin. De tip van de man in Anglesea volgen we op en maken en wandeling bij parkeerplaats Maiden's rest, iets ten noorden van Otway, 10 minuten rijden na Apollo Bay. Werkelijk prachtig met reuzebomen. Als je geen idee hebt hoe apart, indrukwekkend, ontzagwekkend een boom kan zijn, doe deze wandeling dan eens. Verder slaan we helaas heel veel over, maar staan we regelmatig naar de rotsformaties en kliffen te kijken, met natuurlijk de Twelve Apostels (twaalf apostelen) als verplichte stop die ook zeker de moeite waard is. Ze zijn veel groter als ik dacht en de kliffen zijn ook veel hoger. Er zijn al wat apostelen omgevallen, begin dit jaar nog twee als ik het goed heb, en bij sommige andere uitzichtspunten zien we waarom. Daar staat zo'n enorm stuk steen in druppelvorm, maar dan met de punt naar onderen! Januari 1990 is de London Bridge hier ingestort. De ene dag heb je nog een brug naar zo'n rots, de volgende ochtend hele brug weg. Zo onstabiel kunnen de rotsen dus zijn, dat er niet meer ongelukken gebeuren, snap ik niet.
Zie hier een kaart van de Tourist Info. London Bridge Victoria Australia Klik voor groter formaat.
Van een tourguide onderweg krijgen we nog een tip de afslag Grotto niet over te slaan. Deze tip komt net op tijd, want we waren er even klaar mee. En inderdaad, dat is weer een 5 sterren afslag. Je kunt hier naar beneden en staat bijna onder zo'n open rotspartij. Het weer is trouwens goed: zonnig, windje. De helicopters hebben er ook baat bij, je kunt allerlei rondvluchten doen, van 5 tot 15 minuten ongeveer. Er wordt fiks gebruik van gemaakt, want ze landen en stijgen elke minuut zo'n beetje. Het is niet schrikbarend duur, dus als je er tijd voor hebt/neemt: doen!
Ook een tip was naar het historisch dorpje Port Fairy te gaan. Dan doen we braaf. Uit de boekjes had ik al gekozen voor een campinkje van de Top Tourist keten. Maar, we kijken eerst, want ook die van de Big4 ligt aan dezelfde weg. Het is natuurlijk niet altijd hetzelfde, maar wij hebben zo de ervaring dat een Big4 de grootste, meest moderne misschien, parken zijn en de Top Tourist meer parken zijn die wat kleiner zijn en door gezinnen of families gerund worden die er zelf ook wonen. Snap je? Afijn, hier in Port Fairy is de derde camping tot december gesloten wegens renovatie, de vierde ligt over de rivier en trekt ons niet zo, de Big4 ziet er inderdaad weer big (groot, niet varken) uit dus we kiezen voor de Top Tourist. De dame achter de receptie overlaadt me weer met informatie over het dorpje, waar te eten, de markt morgenvroeg, etcetera. Als ik vraag waar internet is, zegt ze dat als het in de dorp niet meer lukt vanavond, ik wel haar computer mag gebruiken. Erg aardig. Het wordt al bijna donker, maar we zien wel dat het een mooi klein parkje is in een mooie tuin. We zetten het mobiele terras op en gaan dan het dorp in op zoek naar eten. Het stadje doet als een outbackstadje aan. Enorm brede straten en niet allemaal verhard, historische gebouwen en vooral veel houten pandjes en kerkjes. Er zitten ongeveer 40 winkels en hotels, restaurants, bakker e.d. We sjouwen het hele centrum een keer rond (20 minuten klaar) en kiezen voor de Chinees. Normaliter niet mijn favoriete maaltje en dat van Hans ook niet, maar we gaan er voor. Meestal bestel ik een 'verkenner': knoflookbrood of zoals hier een spring roll (lenterol, loempiaatje) om alvast te checken wat de kwaliteit en smaak van het voedsel zal zijn. De spring rolls zijn heerlijk! Dan heeft Hans zo'n keileuk zwart gietijzeren schaaltje waar je maaltijd nog op na-sizzeld met in pittigzoete saus gebakken krokante kipdeeltjes. Ze gaan schoon op. Mijn Tjap Tjoy is ook heerlijk. Het is niet hetzelfde zoals die in Nederland wordt gemaakt, misschien scheelt dat ook al. Ook dat gaat schoon op, een teken aan de wand. Kortom: 5 sterren voor het eten, tegen de verwachting in bij binnenkomst...
Bij een ander restaurant om en op de hoek gaan we nog even internetten. Helaas ook hier weer van die gillende kinderen waar geen kip (of haan) iets van zegt, terwijl de ouders iets verderop zitten te eten. Moe zegt er precies een keer iets van, maar de kinderen lopen finaal over haar heen. Wij gaan het wilde westen weer in, terug naar onze paarden. O nee, we zijn met de camper, zo was het. We slapen heerlijk en worden met, wederom, veel vogelgekwetter wakker.

Zaterdag 11 november 2006
Eerst het dorp in, naar de bakker en even het marktje over. Er staan zo'n 20 kraampjes van mensen uit de omgeving die hun waar (ja hier) aanbieden: zelfgemaakte jams, honing, dingen van en met lavendel, hout, kleding, sieraden. We kopen voor de beide moeders een zakje lavendel voor in de kast. De rest past niet in de koffer, maar goed ook misschien. Bij de bakker halen we broodjes, maar die zijn lang niet zo vers en lekker als die op Phillip Island. De ene bakker is de andere niet. We rijden naar Portland naar het visitor centre. De baai waar deze aan ligt, is heel mooi maar wordt hevig ontsiert door industrie aan het eind van de baai. De plaats zelf lijkt ons echter ook wel leuk en gezellig, het is dus geen afrader. Bij de 'VVV' kopen we een kaart van de London Bridge zoals die voor en na het instorten van de brug was.
Cape Bridgewater staat op het programma vandaag: een kwartiertje rijden vanaf Portland met enkele uitstapwaardige, bezienswaardige onderwerpen als blowholes (blaasgaten, ja leg dat maar eens uit), een petrified forest (versteend bos), zeehondenkolonies en woeste golfslagen der oceaan. Er staan fikse winden, type ruk. We worden niet gezandstraald, maar gezoutstraald door de zilte nevel die landinwaarts geblazen wordt. Wat wij er allemaal niet voor over hebben om een verslag voor jullie te schrijven! Geen voordeel zonder nadeel, geen voldoening zonder inspanning, etcetera, blabla, want door deze wind o.a. zien we indrukwekkend woeste golven en wervelwater. Daar wil je niet zwemmen! Indrukwekkend in dit zinsverband is een letter kwijtgeraakt, vroeger was het denk ik wind-ruk-wekkend, toen ind-ruk-wekkend. De blaasgaten zijn door zee en wind uitgeholde grotten waar water ingestuwd wordt die er dan met grote kracht weer vooruit of een eindje verderop door een gat naar boven gespoten wordt. Het versteende bos is eenzelfde verhaal als bij de Pinnacles aan de westkust boven Perth, ongeveer. In dit geval heeft er een bos gestaan dat helemaal onder het zand is beland. De bomen zijn versteend en de bovenlaag is weer langzamerhand verdwenen, weggewaaid, weggespoeld, terwijl de stronken van de bomen, dus alleen een onderste deel van de boom, niet hele bomen, versteend achterblijven boven de grond. Heel apart.
Bij de strandtent nemen we een lekkere en vooral warme cappuccino. Je kunt vanaf hier met een rubberbootje, ingepakt in wetsuits naar de zeehonden gaan kijken. Wij hadden willen wandelen over dit hoogste punt van Victoria, althans, de hoogste klif, maar dat is een wandeling van twee uur en wij willen vandaag nog in de Grampians uitkomen. De zeehondjes blijven op het lijstje staan.
Via de plaats Hamilton waar we even wat boodschappen inslaan, gaan we naar Halls Gap in The Grampians, een natuurpark dat op mijn verlanglijstje stond voor deze reis en niet bij de maybe's maar bij de have to do's. Van diverse mensen hebben we al gehoord dat er de grootste bosbranden sinds eeuwen in The Grampians zijn geweest begin dit jaar, maar ook dat de natuur juist hierdoor, aparte schouwspelen heeft die zeker de moeite waard zijn. En inderdaad, de bergkammen blijven indrukwekkend, maar wat het nu apart maakt, is dat we precies de grens zien waar de bergwand overgaat van groen naar dor en afgebrand. Er staan alleen nog stompjes of zwartgeblakerde bomen, zo lijkt het op afstand. Een apart fenomeen is dat de hier normaal ook wel voorkomende Black Boy nu niet alleen met duizenden tegelijk zijn gaan groeien omdat er nu meer zonlicht de bodem bereikt, maar ook zijn gaan bloeien. Iets wat door het vuur veroorzaakt wordt, zegt men. Kilometers ver en urenlang zien we duizenden van die bloeiende palmachtigen, heel apart. Dan heb je verbrand bos en verbrand bos. Zowel de zwarte stompjes zien we, maar nog veel meer en dus hoopgevend, hele bossen met aangebrande boomstammen waar duidelijk takken van missen, maar waar toch overal groen uitspruit. Het bos is dus grofweg een meter zwart en dan vol groen waarbij blaadjes en nieuwe takjes uit de bast ontstaan. Het hout of as laat men expres liggen. Wel zijn een aantal wegen, poorten, enkele huizen en wandelpaden opnieuw aangelegd en is men er nog mee bezig. Veel wegen waar je normaliter met je 4WD inmag, zijn nu afgesloten tot nader order. Later lees ik in een speciale uitgave over The Grampians na deze branden, dat hoewel ongeveer 50% van het park door brand is aangetast, er gelukkig geen doden zijn gevallen en weinig materiele schade is voor mensen. De branden zijn door blikseminslag gestart en men heeft 6 weken moeten blussen voor men de brand onder controle had. Uiteraard zijn er wel dieren de dupe geworden, maar veel minder dan je zou verwachten omdat deze toch of ondergronds of tijdig een schuilplaats konden vinden. We zien de volgende dag dan ook een kleine kudde herten de weg oversteken. We zagen er een bij een open haard staan in een restaurant, maar ik dacht dat die er vanwege de Kerst stond. Er zijn niet eens waarschuwingsbordjes voor en als we 30 seconden later waren geweest, had Hans ze niet aan zien komen in het bos. Prachtige dieren ook, die net als de meeste dieren die we zien, wel regelmatig op- en omkijken om te checken wat er in de omgeving gebeurt, maar als ze zich niet bedriegd voelen, hun gang blijven gaan.
Net voor het dorp Halls Gap ligt een camping aan een meer. Zoals gezegd, de plaatjes en plattegrondjes in de boeken laten veel aan de fantasie over, dus check altijd, want hier blijkt dat de camping niet mooi over het meer kijkt, maar achter een enorme stuwdam ligt. Omdat we ook vanavond weer stomdronken thuis willen komen en dus niet willen rijden, gaan we op de camping midden in het dorp staan. Tegen de bergwanden aan, net achter het stadsparkje met zwembad en de winkels en restaurants, prettig gelegen dus. Er zitten enorm veel vogels en krekels en er steken een paar wallabies (buideldier, een kleinere soort dan de kangoeroe) over. Naast ons komt een jong stel uit Veghel staan en we raken bijna niet uitgepraat en foto's kijken. Hierdoor komt de buurvrouw niet meer aan koken toe en gaan ze ook maar buiten de camperdeur eten.
In het dorp is keuze genoeg waar je zou kunnen eten en wij kiezen voor Kookaburra, een van de oudste uitspanningen aan de foto's te zien. Het duurt minstens 10 minuten voor men heeft uitgepuzzeld of wij wel kunnen zitten, het is hier op reservering. Qua muziek proberen ze net iets te chique te doen, wat niet echt past bij de inrichting en de casual sfeer die er verder hangt. We genieten van heerlijke gegrillde kipfilet en Hans van de rack of lamb (lamsboutjes). We vermoeden dat de hele vallei en omgeving hier inderdaad komt eten, want de tafels blijven bezet. Als we nog even bij de mowo op ons mobiele terras zitten, gaat het druppelen wat even later overgaat in compleet onweer. Net voor we gaan slapen, ziet Hans buiten een kudde kangoeroes op het veld. De camping is niet verlicht, dus je ziet vaag grote en kleine roetjes op het veld staan. Je hoort ze wel duidelijk grazen. Een mannetje/vrouwtje of 30 wellicht, enkele met joeys. We maken foto's en filmen maar dat kan ze niet deren. Ze kijken wel om zich heen, maar voelen zich totaal niet bedriegd en we kunnen tot op 1 meter dichtbij komen, inclusief flitsen. Ze grazen gewoon door.

Zondag 12 november 2006
Het is zondag, dus we hebben uitgeslapen tot 8 uur. Aangezien we hier twee nachten staan, kunnen we vandaag in deze omgeving wandelen en uitstapjes doen. We kijken eerst nog een keer bij de camping achter de stuwdam. Je kunt er natuurlijk, zoals we van anderen ook horen, vreselijk veel wildlife zien. Niet alleen vogels en mieren, maar dit is een uitgelezen plaats waar dieren komen drinken. Vandaar dat we die kudde herten hier zien, denken we. Dan is het niet zo ver rijden naar onze eerste inspanningsoefening: wandelen naar Mount William. Dit is de hoogste bergtop van The Grampians en is 1.150 meter boven zeeniveau met vooral uitzichten over de valleien. Je kunt een heel eind met de auto omhoog, maar de laatste twee kilometer moet je lopen. Zeg maar klimmen, want de helling ligt tussen de 10 en in mijn beleving 170 graden. Het gaat wel haarspeldbochtsgewijs omhoog, maar mijn kuiten gaan flink in de verdediging. Beneden staat aangegeven dat de wandeling ongeveer stevig zou zijn van 2 uur totaal, heen en weer. Wij doen er heen, inclusief veel stops voor mij en enkele fotostops, bijna 1,5 uur over. O.k., o.k., op sommige stukken sta ik elke 10 meter even stil, maar ook een Echidna is mede-schuldig. Een Echidna is een stekelvarkenachtige egel met lange, slurfachtige snuit en leerachtige, zwemvliespoten waarbij de achterpoten de voetjes naar achteren staan in plaats van naar voren. Hoe weten wij dat, uit de boekjes? Nee, we zitten er bijna bovenop. Ik waarschuw Hans dat hij even stil moet blijven staan zodat ik het beestje op de foto kan zetten voor hij (m/v) de struiken in zal verdwijnen als hij ons hoort of ziet. Maar het graaft en miereneet gewoon door. Hans haalt de filmcamera erbij, we komen steeds dichterbij en het beest kijkt niet op of om en stoort zich helemaal niet aan ons. We kunnen er onderdoor kijken en zien dus die lange snuit van wel 5 cm die zo stevig is en onafhankelijk beweegt, dat hij een gaatje in de rotsachtige zandbodem graaft op zoek naar mieren en insecten. De voorpoten lijken op die van een mol, maar de achterpoten zijn groot en zoals gezegd, de voeten staan verkeerd om! Heel apart, we zijn hier wel 15 minuten aan het kijken. Helemaal bovenaan staat een clubje Antennes waar je omheen kunt lopen om de vallei aan alle kanten te bekijken. Uiteraard heel mooie vergezichten, maar niet zo mooi als de Wilpena Pound in de Flinders Ranges (1993 met Marleen, zie aldaar). Die is van 100% natuur en hier zie je ook weilanden en dorpjes. Het waait behoorlijk, zowel hier bovenop de berg als langs de route. Naar beneden gaat beter en makkelijker. Op een gegeven moment stop ik, want ik hoor dieren knabbelen, denk ik. We kijken de helling af tussen de struiken en boompjes door. Het is toch vrij dichtbij. Ja hoor, ik stoot bijna een kaketoe uit de boom met mijn neus, dit is typisch de uitdrukking: ergens met de neus bovenop staan, in uitvoering. Er zitten 5 prachtige kaketoes of iets in de boom aan de vruchten de knabbelen. Weer in kleurcombinaties die we nog niet eerder gezien hebben. De volgende stop is de Silversand Waterfalls. Via een, ja het wordt saai..., mooie wandeling loop je tegen een waterval aan. Dat kan in dit geval, omdat het water wel naar beneden komt vallen, maar niet op de grond verdergaat in een beekje maar in de grond verdwijnt! Je staat er dus voor, je ziet geen gaten of kloof en toch verdwijnt het water. Heel grappig. We spreken twee Australische jongens die vanuit Melbourne een paar dagen op vakantie zijn. Ja ja, ook hier weer vogels, prachtige kleuren, reptielen en fleurige flora.
In Halls Gap nemen we een lunchpauze. In de lokale supermarkt tevens boekhandel kopen we een paar autotijdschriften en een leuke sleutelhanger voor een vriendin die sleutelhangers spaart. Opvallend is dat wat je in Nederland als standaard auto koopt, bijv. 6 cilinder 2 liter, ik zeg maar wat, hier begint bij 8 cilinder 3 liter. En dan is de prijs ongeveer 2/3 van die bij ons. Je hebt dus 25% meer auto voor 33% minder geld dat je betaalt voor de 100% uitvoering, dus reken maar uit. Wat Hans hier ook tweedehands te koop heeft zien staan, ziet er goed uit, de kwaliteit/prijsverhouding. Hans krijgt eindelijk zijn kipdeel te pakken, hij zit nog steeds te spinsen op een halve haan, en ik eet een burger die beter smaakt dan het klinkt.
Dan einde dorp linksaf, de bergen weer in, naar de Boroka lookout. Hier heb je snel en makkelijk toegang tot prachtige vergezichten over de vallei en het dorpje Halls Gap. Je ziet ook goed hoe de Grampians bergkammen lopen. Bij Reed's lookout, tevens branduitkijktpunt, kun je ook ver kijken, maar wij zien niet de MacKenzie watervallen vanaf hier. We gaan niet meer door naar de watervallen zelf. Thuis hebben we ook geen puf meer, laat staan honger om 'echt' te eten, dus wordt het chips, die moet ook nog op. Ondertussen een wasje in de machine die we eerst nog ophangen, maar later in de droger doen. De was dan, niet de machine. In de zon droogt een wasje supersnel, zeg 20 minuten, maar alleen in de wind tegen de avond, gaat niet lukken. We bellen nog even met Johnny, gezellig. Ondertussen is het avondconcert weer begonnen. Je kunt je voorstellen dat er honderden krekels krekelen en tientallen kaketoes en andere vogels kwetteren, maar dat wordt hier versterkt door de bergwanden of iets, want je kunt elkaar amper meer verstaan, zo hard gaat het, in verdeeld stereo: de krekels rechts en de vogels links. Na een uur of iets, is het over. Wij zijn toch weer benieuwd waar de roetjes zijn en gaan met zaklamp op pad. Een uurtje eerder zag ik een aantal de weg oversteken tussen de huizen door. Het donkere bos is echter veel te eng en moeilijk lopen zo, dus het is een kort uitstapje. De roetjes zien we niet meer.

Maandag 13 november 2006
Dus, gisteravond geen roetjes meer op het veld. We zijn vroeg op, want we willen veel kilometers maken vandaag. We rijden bijna de camping af en ik zie in de bosrand roetjes zitten. Hop, de mowo uit, apparatuur mee en achter een boom eerst. Er zitten en hoppen een aantal moeders met joey rond. Ze eten, maar spelen ook, echt een lust om te zien. Op een gegeven moment kom ik maar achter de boom vandaan. Zoals gezegd, ook hier weer, ze kijken wel om zich heen, maar als je niet bedreigend overkomt, ook niet met telelens, maar ja, hoe weten zij nou dat ik alleen maar plaatjes schiet?, graast en hopt de hele familie gewoon door. Sterker nog, er komt een moeke met joey mijn kant op en nog een grazer die op een metertje voor me gaan staan eten. Ze passen niet eens meer in beeld! Het moet niet gekker worden, ze staat gewoon in de weg als ik het spelende jonkie achter in beeld wil fotograferen. Hans staat er inmiddels ook bij, alsof we een struik zijn, zo zijn ze onder de indruk. Wij zijn wel onder de indruk. Na een paar uur zijn we The Grampians uitgereden en komen we langs enorme weilanden waar normaliter schapen grazen denken we. We zien wel een kudde Alpaca's (van die lama-achtige beesten) en ik zie een emoe met jong, maar geen foto. Dan komen we op de A8, de snelweg richting Adelaide. Als we hier niet kunnen tanken, weten we het niet meer. Dit is de route voor het grote vrachtverkeer tussen Adelaide en Melbourne. Maar, in welk dorp ook: of geen diesel, of de pomp is gesloten of de diesel uitverkocht! Pas in Keith tanken we dan toch eindelijk. Uiteraard blijkt 5 minuten later dat er hele tankstrips zijn net na Keith waar plenty diesel is voor uiteraard lagere prijzen. Tsja.
In Keith halen we broodjes bij de bakker en gaan we in het lokale publieke parkje annex speeltuin pauzeren. In de speeltuin staat ook een soort mini achtbaan, zonder acht. Je kunt dus vanaf een helling op een karretje langs een monorail naar beneden en weer omhoog, keileuk. Hans doet wetenschappelijk onderzoek of dit ook met volwassenen werkt. Het werkt.
In het plaatsje Wellington staan we in een keer in een minifile stil. Er is geen brug over de rivier, maar er vaart een pondje. We trekken al de portemonnaie, maar naie, het is gratis. En snel. Dus hop, in galop, het gas erop, naar Victor Harbor. Een aantal plaatsen in Australië is verkeerd gespeld. De toenmalige gouverneur moest nederzettingen aanmelden bij het hof en regering van Groot-Brittanië, maar bij een aantal plaatsen met Harbour, had hij de u misspeld waardoor hier bijv. Victor Harbour, Victor Harbor heet. Je denkt, nu hoef ik niet meer naar de VVV, maar daar is nog veel meer te lezen, leren, bekijken over bijv. de pinguins die ook daar aan land komen. Daar komen we de volgende dag pas achter, want vandaag is de VVV dicht, het is 5 over 5, we zijn net te laat. We bellen de nummers nog die er staan, maar dat lukt niet. We willen hier de pinguins gaan bekijken, eventueel. Eerst de camping opgezocht en dan lopen we richting de houten pier van 1 km lang ongeveer. Hier gaat ook de paardentram overheen, maar we zien de paarden teruggebracht worden naar hun stalling. We weten dat er ook een bistro op het mini-eilandje aan het eind van de pier is, dus we denken slim te zijn, daar heen te stuiteren, in de bistro lekker even iets eten en dan tegen 8 uur bij het beginpunt van de pinguintour aan te schuiven. Het water onder de pier lijkt maar een meter diep. Is misschien maar goed ook, want het zal ons niets verbazen als binnenkort de pier instort. Enkele pilaren zijn bijna door zo te zien! We komen heelhuids en droog aan de overkant en moeten lachen bij het bordje dat pinguins voorrang hebben, wat een humor. Bij de bistro is het akelig stil, hoewel ik met de telelens vanaf de pier enkele mensen rond heb zien scharrelen. Dat blijken andere gestrande toeristen geweest te zijn, want er is kip noch haan. De hele bistro annex souvenirwinkel is gesloten. Lekker dan. We besluiten het eilandje rond te lopen, er zijn paden. Via houten trappen, duinpaden en rotsen zien we weer spetterende golven, huizenhoog opspatten. Met een oog in een hoek om eventuele pinguins te spotten, lopen we in een uurtje het eilandje rond. Op Kangaroo Island (in mijn persoonlijke top 3, net onder Adelaide) zie je Remarkable Rock, hier een aantal soortgelijke rotsen, uitgehold door weer en wind. Er plakt ook een speciaal wormpje tegen de plafonds aan. Afijn, we komen terug bij het beginpunt en begrijpen dat het bordje dus echt is, dat wil zeggen: hier komen de pinguins schijnbaar aan wal, op dat punt, tegen half negen. Het is pas half acht en we zien ondertussen hele bussen en hordes schooljeugd, uitgerust met verboden zaklamp en camera's deze kant op komen, dus wij houden deze tour voor gezien verder. Terug aan land zien we dat ook hier een grote schijnwerper aan gaat. Ik hoop heel hard dat de beestje echt geen last hebben van de mens, het licht en het lawaai van de kinderen.
Het heeft flink gewaaid en Hans heeft het kouder dan ik, dus we duiken een warm restaurant binnen. Het knoflookbrood, de verkenner, is net te lang gebakken en komt te laat aan, helaas. De smaak is prima en gelukkig is het eten verder buitengewoon lekker. Je hebt lekker en heuuuuuul lekker en dit is heuuuuuuul lekker! Vijf sterren voor eten en drinken. Het uploaden van het reisverslag en foto's gaat niet meer lukken, alles is verder dicht en internet is bij de VVV.

Dinsdag 14 november 2006
We zijn vroeg op en beginnen de koffers in te pakken. De camper moet naar Adelaide, naar schatting 2 uur rijden van hier, voor 16.00 uur ingeleverd worden. De koffers en tassen zijn klaar, de camper opgeruimd dus we kunnen nu eerst naar de Tourist Info om te internetten. Er is dus een schat aan informatie met enkele seniore maar zeer bereidwillige vrijwilligers die ons vreselijk matst met het internetten. We zijn zo'n twee uur bezig, het uploaden van het fotoalbum duurt zo'n 15 minuten, dan de mails en we maken vanaf hier een kaart die we in Nederland laten versturen. Het is dus een vrolijk geknip, geplak, getyp en verstuur. Buiten zien we de tram en paarden die allen van stal zijn gehaald en de eerste dienst begint net. Een paard trekt met gemak zo'n houten tram met passagiers vooruit. Snel even langs het postkantoor, een pakje naar Wendy sturen en foto's naar een paar mensen.
Onderweg gaan we door fikse wijngaarden, keurig aangelegd met verkoop bij de schuur zeg maar. Je kunt als je een wijnproeftour door zuidoost Australië zou willen doen, al maanden bezig kunnen zijn. South Australia, Victoria en Hunter Valley bij Sydney: genoeg te proeverijen! Je rijdt heel makkelijk door Adelaide heen. Het verkeer is wel druk, maar niet gestressd en de stad is ruim opgezet en de wegen goed en duidelijk aangegeven. Kortom, we zitten in no time (geen tijd) bij een van de campings die aan het strand liggen: Adelaide Shores Caravan Park. Een werkelijk prachtige camping met zwembaden aan het strand, zeker aan te raden. Later begrijpen we van Adelaiders dat het hier goed bekend staat. We huren een cabin (bungalowtje). Er zijn diverse types, maar we kennen de faciliteiten inmiddels en hoeven niet onze eigen douche en toilet in het huisje. In de woon/slaapkamer een groot bed, 2 stapelbedden staan in een aparte ruimte (6-persoons dus minimum), een keuken, kasten, tafel, stoelen, koelkast en dat naast de amenities, lekker makkelijk.
De camper is nu leeg en kunnen we terugbrengen. We rijden vrij makkelijk, hoewel de stad heel groot is, naar deze vestiging van Apollo en worden uitermate vriendelijk verwelkomd en een paar puntjes die we hadden, worden genoteerd. Dit is ook het land van de enquetes, deze hier dan ook weer ingevuld, net als in Sydney. Uiteindelijk hebben we deze tweede ronde 2.862 km gereden. Met het aantal van de eerste route erbij van 3.561, zitten we in totaal in 26 dagen op 6.423 km.
Voor het inleverpunt stopt de bus die de stad ingaat. Het duurt even, maar dan is de goede bus er. De chauffeur heeft geen wisselgeld (vindt hij) voor het briefje van 50, dus ga maar zitten. Na 20 minuten staan we midden in het centrum waarvan de helft kantoren en winkels is, en de andere helft groen, Botanische tuinen, dierentuin e.d. Een stukje winkelgebied is alleen voor voetgangers en is versierd met Kersticonen. Wel vreemd als het 25 graden is en zonnig. Mij valt op dat meer dan 50%, ik zou zelf zeggen meer, van de mensen hier iets zwarts aanheeft of helemaal in het zwart is. Adelaide staat bekend als culturele stad waar veel artiesten wonen. De jongelui willen duidelijk artistiek en individueel overkomen, echt veel zien er theatraal uit qua haar, piercings, kleding en begroeten elkaar ook zo, van: kijk naar mij, ik ben heel speciaal. Ook hier lukt het ons niet de iced coffee van Cairns te evenaren. We bedenken wel dat we in plaats van with ice, icecream moeten zeggen. Anders krijg je ijsblokjes in plaats van een bolletje ijs. Het verschil tussen de waterversie en melkversie. Maar het lukt alsnog niet. De appelkwarktaart (German apple cheesecake) is wel heerlijk.
Aan het eind van deze winkelstraat lopen we links de Botanische tuinen in. Deze zijn nog even open, dus we moeten er vrij snel doorheen. Toch weer mooi, al die struiken, bloemen, beesten, bomen, maar te weinig tijd. Het is een stevig stuk teruglopen omdat we de 'achterdeur' zijn uitgegaan van het park. We gaan voor Thais deze keer qua eten, bij Michael 2. Een vreemde naam, maar het is er druk en dat voorspelt meestal iets goeds. Tenminste, als het geen 'all-you-can-eat' restaurant is. Zonder reservering (oeoeoeoe) komen we toch bij tafel 1 terecht: voor het raam. De rest is zo goed als vol. Hans heeft weer krokante kipstukjes met een dipsaus, maar deze keer op Thaise wijze dus. En ik heb rundvlees in een pikante curry, heerlijk. Duidelijk verse kruiden en, heel belangrijk, ik blijf het zeggen, net niet teveel koriander. We zien ondertussen buiten veel vooral jongelui in pakken en vooral outfits voorbij lopen. We zijn er niet uit of het hier verlaat Halloween is, of wat?? Het zijn de eindejaarsfeesten van de universiteiten hier. De geslaagden (verpleegsters, technici) gaan naar het gala, dat is het. Wij staan inmiddels bij de bushalte, wachtend op een bepaalde lijn. Na een kwartiertje vraag ik een chauffeur van een andere dienst of 'onze' bus nog wel rijdt, maar die weet van niets. Nog maar stoer blijven staan dan, er staan wel andere mensen ook nog gelukkig. Het wordt inmiddels donker. Na bijna 45 minuten vind ik het wel genoeg en vragen we een andere buschauffeur of die lijn nog komt en maar 1x per uur rijdt, toevallig. Hij kijkt in de boekjes en denkt met ons mee: stap maar in, ik zet jullie wel af bij de bushalte waar je meer kans maakt. O.k. Ondertussen raken we aan de praat, het blijkt een bijzonder aardige, praatgrage Poolse Australiër te zijn. Hij heeft inmiddels de plannen gewijzigd en bedacht dat we met hem naar Glenelg rijden en dan beter een taxi terug kunnen nemen voor het laatste stukje naar de camping. Ook goed. We blijven praten en er stappen alleen nog maar mensen uit inmiddels. Na een half uurtje vraag ik of we niet moeten betalen. Nee, er was nu toch geen inspectie meer, laat maar zitten. Dan zitten alleen wij nog in de bus. Hij besluit de laatste haltes over te slaan en een andere weg naar Glenelg te nemen, zodat hij ons dichter bij de camping kan afzetten. Nee, we hoeven ons niet ongerust te maken, er stapte niemand meer in. Voor de zekerheid maar wel de lichten uit in de bus, zodat hij buiten dienst erop kan zetten. Een kwartiertje later worden we bij de poort van de camping afgezet en nemen we met moeite afscheid. Wat een prachtig mens, heel apart. We hopen niet alleen dat hij of vrienden van hem ooit in Nederland langskomen, maar vooral dat hij geen problemen krijgt door deze spontane, zeer gewaardeerde muiterij...

Woensdag 15 november 2006
Bang dat we de wekkers zullen missen, staan we na heel slecht slapen om 5.15 uur op. Beide wekkers gaan af, geen probleem. Gisteren had het personeel van dit park al een taxi voor ons besteld en deze rijdt dan ook keurig voor. In 10 minuten zijn we bij het vliegveld. Nog wel voldoende om met de taxichauffeur de politieke situatie in Oz en de wereld te bespreken. Er wordt niet echt overduidelijk aangegeven waar je moet zijn om in te checken. We komen er maar niet achter en staan er nog. Nee, tuurlijk niet! We komen er wel achter en checken moeiteloos in met vast overgewicht, we hebben niet gewogen.
Naar Sydney is het maar 1,5 uur vliegen, over land, dus ik zou zeggen: stukje cake! Piece of cake, makkie, ritje met de stadsbus, maar nee, het is een bumpy ride (bumpig ritje) met gelukkig geen luchtzakken, maar wel turbulentie.
Dan staan we op vliegveld Sydney. Helaas kunnen we niemand meer ontmoeten, want we mogen het vliegveld niet af. We bellen nog wel even met Ruben, gezellig. Ondertussen is de vertraging opgelopen naar 1 uur. We sms-en dat vast naar Ketut (Ketoet) die ons op Bali van het vliegveld zal halen.


Meer over Bali in delen 6 en 7.


Klik hier voor korting op Going Down Under. Prachtig tijdschrift!


Klik hier voor korting op Backpackers. Voor avontuurlijke reizigers.
 Mail naar Marjon & Hans


Doe mij een plezier en klik even hier: